Luxor
Luxor werd gebouwd op de plaats Thebe en gedurende vijf eeuwen heersten de 18e tot de 20e dynastie (1550-1070 v.Chr.) vanuit deze glorieuze paleizen over Opper- en Neder-Egypte. Luxor kan in drie segmenten worden verdeeld: de stad Luxor, het dorp Karnak en Thebe, dat aan de westoever ligt. Men dient er rekening mee te houden dat Luxor een nachtmerrie is voor toeristen, erger nog dan Gizeh. Bezoekers worden overweldigd met aanbiedingen, van accommodatie, rondreizen en vervoer tot eten en sieraden.
De tempel van Luxor lag onder het dorp Luxor tot men aan het eind van de 19e eeuw met de opgravingen begon. De tempel heeft enorme afmetingen. Amenhotep III begon met de bouw van de tempel en Ramses II voegde later de ingangspylonen en het grote hof toe, evenals zes kolossale beelden van hemzelf (waarvan er slechts drie zijn overgebleven). Oorspronkelijk stonden er twee rood granieten obelisken aan beide kanten van de deuropening, maar een daarvan werd in 1819 naar Frankrijk overgebracht en staat nu op de Place de la Concorde in Parijs. Het Karnak complex beslaat een oppervlakte van meer dan 2,5 ha en het kost tenminste een dag om het te bezichtigen. De serie altaren die aan Amon (de zonnegod) en zijn familie zijn gewijd, vertegenwoordigt alle belangrijke periodes van de oudheid van Egypte vanaf de val van het Middenrijk.
Over een periode van zo'n 1.300 jaar werden allerlei delen aan het complex toegevoegd. Tegenwoordig houdt men er licht- en geluidsshows in verschillende talen, die ingaan op bepaalde aspecten van de geschiedenis.
Het Luxor Museum bevat zorgvuldig geselecteerde exposities rondom het faraonische tijdperk. Prachtige reliëfs en kleurrijke muurschilderingen getuigen van het leven en de tijden van Echnaton, de ketterkoning en de lieflijke Koningin Nefertete. De nieuwe hal bevat 16 granieten beelden, inclusief een reuzencobra, stuk voor stuk prachtig handwerk. Het museum bevindt zich op loopafstand van zowel Luxor als Karnak.
Op de westelijke oever, waar de zon ondergaat, bereidden de koningen, koninginnen en de adel van het Nieuwe Rijk zich in de necropolis van Thebe voor op het leven na de dood. Zij waren op de hoogte van de grafrovers van Memphis en stichten daarom een stad met in het geheim werkende kunstenaars, die jarenlang in deze necropolis woonden om graven en monumenten te bouwen. Later verbleven deze kunstenaars in een dorp genaamd Deir el Medina. Met hun van vader op zoon overgeleverde vaardigheden maakten zij valse deuropeningen, doodlopende gangen, diepe schachten en nepsarcofagen om de graven van hun geliefde farao's te beschermen. Ook hun eigen graven maakten zij in de vorm van kleine piramiden.
In de grafkamers van Ramses IV, Ramses VI en Seti I vindt men ongelooflijk levendige muurschilderingen, kleurrijke, diepblauwe plafonds en sarcofagen van rood en rose graniet. De muurschilderingen beelden de gebeurtenissen in het leven van de farao's af. Men vreest dat de levendige kleuren in de nabije toekomst zullen vervagen, iet alleen vanwege het grote aantal toeristen dat de grafkamers in deze eeuw heeft 'vervuild', maar ook door de veranderingen in het milieu als gevolg van de bouw van de Aswân Dam.
Het Ramesseum is de enorme graftempel van Ramses II. Hier bevindt zich de Colossus van Ramses, een beeld dat 1.000 ton weegt en 17 m hoog is. In de oudheid werd dit beeld van de steengroeven bij Aswân in een stuk vervoerd naar Thebe. Hoewel er stukken van af gebroken zijn, is het nog steeds indrukwekkend.